pizza met vrienden terugval na slechte dag voorkomen
Afvallen

Terugval na slechte dag voorkomen, hoe doe je dat?

Verandering is nooit lineair. Je kunt je wekenlang strak aan je plan houden, focus op voeding, training, slaap en stressmanagement, en dan — op één dag — lijkt alles te ontsporen. Dat ene moment kan een feest zijn, een etentje, een avond waarop de cravings niet te harden zijn. En de volgende dag heb je niet alleen een schuldgevoel maar lijkt alles voor niks te zijn, of soms nog erger; wil je nog meer toegeven aan de cravings. En dan vraag je je hoe kun je terugval na slechte dag voorkomen?

In wetenschappelijke onderzoek wordt terugval gezien als een reactie van het brein op hoe we betekenis geven aan gebeurtenissen en gedragingen. Onderzoekers zien dat wanneer iemand zichzelf ziet als ‘afgehaakt’ na één moment van afwijking, dit leidt tot hogere niveaus van disinhibitie en later compensatoir gedrag — wat praktisch betekent: meer eten, minder controle, gevoel van falen en het volledig opgeven van structurele verandering.

Daarom is het belangrijk om te begrijpen niet alleen wat je doet op die dag zelf, maar vooral hoe je mentaal omgaat met een ‘slechte dag’. De manier waarop je terugkeert na een afwijking bepaalt in hoge mate je langetermijnresultaat, niet de afwijking zelf. Dus hoe voorkom je terugval na slechte dag of hoe ga je om met slechte dag afvallen? In dit artikel ga ik hier verder op in.

Je brein op een ‘slechte dag’: waarom terugval optreedt

Op een biologische en hormonale basis gebeurt er het volgende: wanneer je strikt bent geweest — met je calorieën, macro’s, of trainingen — past je lichaam zich aan. Het metabolisme kan licht dalen, hongerhormonen als ghreline kunnen stijgen, en je stresshormonen kunnen reageren op het gevoel van restrictie. Wanneer je dan één dag ‘loslaat’, gaat het lichaam niet in een staat van ramp; je brein wíl betekenis geven aan die afwijking. En als de interpretatie luidt: “het plan is mislukt”, dan verandert de cognitieve context van dat moment de rest van je gedrag.

Onderzoek gedragsverandering afvallen laat zien dat mensen met rigide denkkaders — die alles in “goed” of “fout” indelen — meer geneigd zijn te compenseren na een afwijking. Zij ervaren elke afwijking als bewijs dat het plan gefaald heeft, wat vervolgens leidt tot een keten van verdere afwijkingen.

In contrast laten studies zien dat mensen met een flexibele benadering van voeding en gedrag — die afwijkingen tijdelijk accepteren zonder onmiddelijke zelfveroordeling — betere resultaten behouden over maanden en jaren dan degenen die rigide vast blijven houden aan oneindige regels.

Vier strategieën om terugval na een slechte dag voorkomen

1. Reframe wat een ‘slechte dag’ betekent

Het eerste wat je moet doen is de betekenis herdefiniëren. Eén dag waarin je anders hebt gegeten, trainde of sliep, is niet je uitkomst. Het is slechts data: informatie over je patronen, je triggers, en over wanneer je systemen stressverschijnselen laten zien. Als je die dag interpreteert als een leermoment — niet als bewijs van falen — dan verandert het effect dat het op je gedrag heeft.

We zien dit duidelijk in cognitieve gedragstherapie voor obesitas en eetstoornissen: het herinterpreteren van ‘fouten’ als normale variaties in gedrag leidt tot minder compensatiegedrag en beter gewichtsbeheer op de lange termijn.

2. Gebruik een ‘terugvalplan’ 

Wat is een terugval plan? Een terugval plan is een concreet stappenplan dat je volgt zodra je het gevoel hebt dat je van koers raakt. Dat plan bevat geen straffen, maar actiegerichte herstelfasen zoals:

  • Evalueren wat er anders ging
  • Terugkeren naar de geplande structuur
  • Kleine haalbare doelen voor de dag

Deze aanpak helpt je om niet in de emotie te blijven hangen, maar om gedrag te reguleren.

3. Focus op gedrag, niet op perfecte uitkomst

Terugval treedt vaker op wanneer de focus ligt op uitkomst (gewicht, uiterlijk) in plaats van op gedrag (kwaliteit van maaltijden, trainingsconsistentie). Gedragsverandering is schaalbaar; resultaat is reactief. Onderzoek laat zien dat diëten die gericht zijn op gedragsverandering in plaats van op een eindgetal op de weegschaal significant meer succes op de lange termijn hebben.

4. Omarm ‘geplande afwijkingen’ als onderdeel van je proces

In plaats van te denken dat één afwijking iets zonder plan is, kun je je schema’s ontwerpen met flexibiliteit ingebouwd. Dit betekent niet dat je altijd toegeeft aan eetmomenten die niet in je plan passen, maar dat je accepteert dat dergelijke momenten onderdeel zijn van het leven. Zodra je verwachtingen dit omarmen, neemt de psychologische lading af, en daarmee ook de kans op verder afwijkend gedrag.

De rol van hormonen en fysiologie bij terugval

Er is een fysiologische component die je niet mag negeren. Hormonen als cortisol (stress), leptine (verzadiging) en ghreline (honger) reageren op zowel voeding als slaapkwaliteit en stressbelasting. Wanneer je lichaam denkt dat het in een bedreigde staat is (bijv. extreem lage energieinname, hoge stress), reageert het door energieopslag te prioriteren. Het verschil maakt je mentale interpretatie van deze fysiologische signalen — hoe je ze ervaart en hoe je erop reageert.

Een artikel in Appetite liet zien dat degenen met rigide eetgewoonten niet beter presteerden op langetermijnvetverlies dan mensen met flexibele eetstrategieën, zelfs wanneer de calorie-inname gelijk was. Dit toont aan dat mentale flexibiliteit net zo belangrijk is als voeding zelf.

Hoe je consistent vooruitgang boekt na terugval dieet

Het voorkomen van terugval gaat niet om het vermijden van fouten — want dat is onrealistisch. Het gaat erom hoe je reageert op die fouten. Een ‘slechte dag’ betekent niet dat al je eerdere inspanningen teniet zijn gedaan; het betekent dat je een moment hebt gehad dat niet volgens plan liep. Maar dat moment kan je terugkoppelen naar je langetermijnstrategie: wat ging er mis, welke emotie speelde mee, en hoe kun je morgen hetzelfde patroon vermijden of aanpassen?

De wetenschap is duidelijk: wat je doet ná dat moment bepaalt je traject, niet het moment zelf. Door je aanpak aan te passen, je interpretatie bij te sturen en gedrag te blijven uitvoeren dat je richting je doel brengt, voorkom je dat een slechte dag een keten van terugval veroorzaakt.

 

Veelgestelde vragen over terugval na een slechte dag

Wat wordt bedoeld met een ‘slechte dag’ tijdens het afvallen?
Een slechte dag is een dag waarop je afwijkt van je plan, bijvoorbeeld door anders te eten, een training over te slaan of minder structuur te hebben. Dat zegt op zichzelf niets over je voortgang; het is een normaal onderdeel van elk veranderproces.

Waarom voelt één slechte dag vaak als complete mislukking?
Dat komt door hoe het brein betekenis geeft aan afwijkingen. Veel mensen interpreteren een afwijking als falen, waardoor motivatie daalt en de neiging ontstaat om het hele plan los te laten. Het probleem zit niet in die ene dag, maar in de interpretatie ervan.

Is terugval na een slechte dag onvermijdelijk?
Nee. Terugval ontstaat vooral wanneer er geen strategie is om weer terug te keren naar structuur. Wie leert om een slechte dag te zien als informatie in plaats van als oordeel, verkleint de kans op doorlopend afwijkend gedrag aanzienlijk.

Hoe voorkom ik dat één slechte dag meerdere slechte dagen worden?
Door direct terug te keren naar je basisstructuur. Niet compenseren, niet straffen, maar het normale plan hervatten. Consistent gedrag na een afwijking bepaalt het resultaat, niet de afwijking zelf.

Heeft terugval ook te maken met hormonen en stress?
Ja. Stress, slaaptekort en langdurige restrictie beïnvloeden honger- en stresshormonen zoals cortisol en ghreline. Dit kan eetgedrag versterken. Hoe je hier mentaal mee omgaat, bepaalt of dit leidt tot bijsturen of verder afwijken.

Moet ik mijn plan aanpassen na een slechte dag?
Niet automatisch. Soms is het voldoende om het bestaande plan weer op te pakken. Pas wanneer slechte dagen zich herhalen, is het zinvol om te evalueren of de belasting, voeding of verwachtingen aangepast moeten worden.

Waarom helpt flexibiliteit beter dan strikte regels?
Flexibiliteit verlaagt mentale druk en vergroot de kans dat je gedrag volhoudt over langere tijd. Onderzoek laat zien dat mensen met een flexibele aanpak minder compensatiegedrag vertonen en betere langetermijnresultaten behalen.

Wanneer weet ik of ik echt terugval of gewoon een mindere dag had?
Een mindere dag is een tijdelijke afwijking. Terugval ontstaat wanneer afwijkend gedrag meerdere dagen aanhoudt en structuur ontbreekt. Het verschil zit niet in wat er gebeurt, maar in hoe snel je weer richting kiest.